Kaart

Satellietfoto van plangebied zoals het er in 2033 uit zal zienSatellietfoto van plangebied in 2018

De komende 10 jaar zal de Lobberdense Waard flink veranderen. En waar de een het proces van verandering het meest interessant vindt, zal de ander vooral willen weten hoe het eindresultaat er uitziet. Bovenstaande afbeelding geeft een mooie weergave van de begin- en eindsituatie. Door de slider te schuiven kunt u gemakkelijk zien wat er gaat veranderen en wat hetzelfde blijft. Ter oriëntatie: linksboven ligt Pannerden, linksonder de ‘Pannerdense Kop’, de splitsing tussen Waal en Pannerdens Kanaal.

Het plangebied is gelegen in de uiterwaarden ten zuiden van Pannerden en heeft een totale oppervlakte van 222 hectare. De uiterwaard wordt rondom afgebakend door dijken en kaden. Deze waterwerken vormen het landschappelijke kader van het landschap, ieder met een eigen karakter en betekenis in de regulering van de rivier. Dwars door het gebied loopt de Lobberdenseweg. Deze ontsluit de steenfabrieken en woningen langs de rivier.

Bovenstaande kaart met het eindresultaat inclusief informatieve legenda is hier ook te downloaden (2,3 MB):

Doelstellingen van het project

Het project Lobberdense Waard kent vier hoofddoelstellingen:

Als gevolg van alle werkzaamheden daalt bij hoogwater de waterstand in de Rijnwaardense Uiterwaarden met 11 cm in de as van de rivier. Hierdoor wordt er 1.000 m3 water per seconde meer afgevoerd zonder dat dit leidt tot hogere waterstanden.

Eind 2015 hadden de maatregelen ten behoeve van de veiligheid bij hoogwater – in het kader van de PKB Ruimte voor de Rivier – eigenlijk al uitgevoerd moeten zijn, zoals het verwijderen van beplantingen, verlagen van kades, stroomlijnen van het fabrieksterrein en verlaging van het maaiveld. Vanwege vertraging in de vergunningverlening is die termijn helaas niet gehaald. Inmiddels zijn alle vergunningen binnen. Er wordt nu naar gestreefd om zo snel mogelijk de opgaande beplanting in de stroombaan te verwijderen en te starten met het verlagen van de hoger gelegen percelen aan de oostzijde van het gebied om aan de veiligheidseisen te voldoen.

Zandwinning start begin 2024

In januari 2024 zal begonnen worden met de zandwinning in de Lobberdense Waard. Het gebied zal gefaseerd worden ontgrond en heringericht, waardoor de natuur zich al direct kan ontwikkelen. Ook recreatieve voorzieningen als een vrijliggend fietspad zullen in een vroegtijdig stadium worden uitgevoerd, zodat omwonenden en recreanten al direct gebruik kunnen maken van het gebied. De vergunningen schrijven voor dat de herinrichting van het gebied uiterlijk eind 2033 dient te zijn voltooid en opgeleverd.

Het huidige landschap

Landschappelijk is de Lobberdense Waard in drie zones te verdelen. De zonering is vooral ontstaan door jarenlange klei- en zandwinning en bestaat uit:

  • Bosrijk kleiputten landschap aan de noordzijde, ontstaan door kleiwinning van 1920 tot 1960; de kleiputten worden gekenmerkt door ondiepe plassen met helder water en watervegetaties.
  • Tussengebied ontstaan door klei- en zandwinning tussen 1960 en 2000; een relatief open agrarisch gebied dat nagenoeg geheel 2,0 meter diep is ontkleid. Na de kleiwinning zijn de percelen geëgaliseerd en weer als landbouwgrond in gebruik genomen. Midden in deze zone ligt de Plas van Wezendonk.
  • Twee grote steenfabrieken (Kijfwaard Oost en West) liggen aan de zuidzijde langs het zomerbed van de rivier op overstromingsvrije terpen. De fabrieken worden ontsloten via de Lobberdenseweg. Langs de zomerkade ligt tussen de beide fabrieken een klein buurtschap.

kenmerken van het plan

Het plan kenmerkt zich door behoud en versterking van de ruimtelijke structuren en kwaliteiten. De landschappelijke structuur van dammen, kaden, dijken en kribben vormt de ruggengraat van het gebied met ieder een eigen functie bij de regulering van het water. Deze structuren zijn nog volledig intact, worden gehandhaafd, beter zichtbaar gemaakt in het landschap en voor een groot deel toegankelijk voor extensief recreatief verkeer.

Het kleiputtenlandschap blijft

De kleiwinning tot ca. 1960 heeft geresulteerd in een landschappelijk waardevol kleinschalig kleiputtenlandschap in het noordelijk deel van de waard. In het plan wordt deze zone aan de randen uitgebreid en de tussenliggende bestaande landbouwgronden omgevormd tot een vergelijkbaar landschap, waardoor een grotere aaneengesloten robuuste zone ontstaat met een afwisseling van ooibossen, open water, kruidenrijke oeverzones en moeras. De huidige lage rivierdynamiek wordt gehandhaafd in dit gebied. De vogelkijkhut komt op een plek vanuit waar weide- en watervogels gespot kunnen worden. Ook worden verschillende nieuwe amfibieënpoelen aangelegd.

Het tussengebied wordt hoogwatergeul

In het agrarisch tussengebied vindt de ingreep plaats die moet zorgen voor de waterstanddaling bij hoogwater; de hoogwatergeul. Deze stroomt alleen mee bij zeer hoge waterstanden. Hier worden de landbouwgronden afgegraven en het steenfabriekterrein gestroomlijnd. De schrale noordoevers van de strang worden zeer flauw met ruimte voor natuurlijke begroeiing met zachte overgangen naar de kleiputcomplexen. De noordpunt van de bestaande zandwinplas wordt voor een groot deel opgevuld. Ter plaatse van de opvulling ontstaat één van de hoogwatervluchtplaatsen voor de grote grazers en kleiner wild.

De steenfabrieken worden ingepast in het landschap

Langs de Leidam liggen twee steenfabrieken met daartussen enkele woningen op hoogwatervrije terpen. De fabrieken domineren hier het landschapsbeeld en geven het een industrieel karakter. Deze terreinen vallen buiten de planvorming, maar worden landschappelijk ingepast in het plan door ze te omzoomen met ooibos. De stromingsluwe westkant van de steenfabrieken zal geschikt gemaakt worden voor spontane ontwikkeling van rivierduinen.

De toegankelijkheid van het gebied wordt vergroot

Centraal in het gebied worden voor bezoekers een kleine parkeerplaats gemaakt, een zandige oever en een uitkijktoren met uitzicht over de wijde omgeving. Langs de gehele lengte van de Lobberdenseweg komt een vrijliggend fietspad dat moet zorgen voor een grotere verkeersveiligheid en prettiger recreëren. Het hele gebied wordt openbaar toegankelijk door middel van struinroutes.

De rivierdynamiek wordt bevorderd

Ter voorkoming van waterstandsverschillen en ter bevordering van de rivierdynamiek in het gebied worden de west- en ooststrang met elkaar verbonden door middel van een duiker onder de Lobberdenseweg. Deze komt aan de noordoever van de strang te liggen, zodat het water bij peilschommelingen een grote afstand moet afleggen langs de schrale zand- en grindplaten, die zeer geschikt zijn voor steltlopers. Op de noordoever van de oostelijke strang wordt een honderden meters lange steilrand gemaakt langs de waterlijn die geschikt is voor holenbroeders als de oeverzwaluw. De strang staat een groot deel van het jaar in open verbinding met de rivier door middel van een duiker, waardoor de rivierbegeleidende soorten zich kunnen ontwikkelen in het gebied. Er zit een drempel in de duiker om laag- en hoogwaterstanden in de strang te voorkomen. De kleiputten staan niet in verbinding met de strang. Ook de berijdbaarheid van de Lobberdenseweg verslechtert niet.